vul je zoekterm in en druk op enter om te zoeken

Met je kind praten kan moeilijk zijn. Gesprekken eindigen soms in ruzie of je kind wil helemaal niet meer praten. Misschien twijfel je aan jezelf of aan de liefde van je kind.  Zeg ik de juiste dingen? Ben ik te streng, te bezorgd of te slap?                                                          

Toch is je kind aan je gehecht. Hij zoekt naar zelfstandigheid. Hij heeft jouw erkenning, interesse en waardering nodig.  

Een kind dat aan zelfmoord denkt, doet je nog meer twijfelen aan jezelf.

In dit deel geven we tips over

  • hoe je naar jezelf kan kijken,
  • hoe dat kan helpen in gesprekken. 

  Deze aanpak is niet de enige juiste. Iedere ouder, elk kind en elk gezin is uniek. En relaties veranderen. Vertrouw op je gevoel om te weten hoe je best met elkaar omgaat.

In vijf stappen naar een verbindend gesprek

Met deze tips

  • voelt je kind dat je naar hem luistert
  • vermijd je dat hij helemaal niet meer wil praten.
  • voelt je kind dat hij mag zijn wie hij wil zijn,
  • kunnen jullie gelijkwaardig en verbindend praten,
  • vermijd je ruzie,

1. Neem tijd voor jezelf.

  • Zorg dat je niet gestoord kan worden.
  • Benoem wat je voelt bij de gedachten aan zelfmoord.
  • Benoem wat je voelt bij een bepaalde gebeurtenis.
  • Laat je gevoelens toe. Zo kom je dichter bij jezelf.
    • Ben je verdrietig? Huil dan.
    • Ben je boos? Roep dan of sla op een kussen.
  • Zoek geen oplossingen voor je gevoelens. Kijk wel naar wat jij nodig hebt.

 Bijvoorbeeld: je kind komt te laat thuis. Jij bent

  • boos, want je vindt dat hij moet luisteren en jou respecteren, 
  • onzeker, omdat je misschien te streng bent,
  • bang dat er iets is gebeurd.

2. Benoem wat je voelt en wat je wil.

Ken je je gevoelens en behoeften? En kan je ze benoemen? Dan

  • kan je zeggen wat je van je kind wilt,
  • verwijt je hem niks, want het zijn jouw gevoelens en jouw behoeften,
  • kan hij erop reageren. 

Dit overzicht kan je helpen. Je kan deze oefening ook online maken Maak oefening

Voorbeelden van gevoelens: je bent boos, ongerust, je voelt onmacht, irritatie, twijfel. 

Voorbeelden van behoeften: je wil eerlijkheid, vertrouwen, rust.

3. Ontdek en benoem wat je kind voelt en wil. 

De gedachte aan zelfmoord raakt jullie en maakt jullie wanhopig. Jij wil een goede toekomst voor je kind. Misschien ga je in zijn plaats denken, doen en voelen. Hij voelt zich dan betutteld. Aanvaard dat jullie behoeften anders kunnen zijn. 

Denk je dat je weet wat je kind voelt en wilt? Vraag dan of je idee klopt. Zo kan je

  • hem beter begrijpen,
  • nadenken of je hem kan geven wat hij wil. 

Kijk goed naar je kind op rustige momenten.

  • Hoe ziet hij eruit? Gespannen, ontspannen, aandachtig, gehaast, afgeleid?
  • Hoe merk je dit?  Aan zijn houding, beweging, gezicht?
  • Hoe komt dit?
  • Wanneer en hoe vaak zie je dit? 

Hoe voelt het om met zoveel aandacht naar je kind te kijken? 

Voorbeeld van zijn gevoelens: hij is onzeker, verdrietig, boos. 

Voorbeeld van zijn behoeften: hij wil erkenning, vertrouwen, zelfstandig zijn.

4. Formuleer je vraag. 

  • Zeg positief wat jij wil.
    • “Ik vind het prettig als je me belt als je later bent.”  in de plaats van “Ik wil dat je niet meer te laat komt.”
  • Sta open voor onderhandeling.
  • Benoem ook zijn gevoelens en behoeften. Zo toon je dat je rekening met hem houdt. Hij wil zich dan minder verdedigen. Bijvoorbeeld
    •  “Ik begrijp dat je graag langer wil blijven en dat je daarom boos bent. Je wil dat ik je meer vertrouw.”

 5. Praat samen. 

Als de emotiethermometer van jou of je kind in oranje of rood staat,

  • zien jullie het hele verhaal niet,
  • voelen jullie je niet begrepen. 

Laat het rusten en praat er later over. De oefening van de 5 G’s  kan helpen voor een beter gesprek.  Maak oefening 

Deze tips zorgen voor minder frustratie en onbegrip in een gesprek:

  • Observeer objectief. “Ik zie dat je te laat thuis bent.”
  • Uit je gevoelens. “Ik ben dan bang dat je een ongeluk gehad hebt.”
  • Benoem je behoeften “Ik wil je vertrouwen.”
  • Formuleer je vraag. “Wil je de volgende keer op tijd komen of bellen als je wat langer wil blijven?”

Sluiten