vul je zoekterm in en druk op enter om te zoeken

Wel

  • Heb vertrouwen Je kind probeert van je los te komen. Toch heeft hij je vertrouwen en steun nodig. 
  • Toon waardering Je kind gaat meer op eigen benen staan: hij vormt een eigen mening, hij neemt initiatief, hij maakt keuzes.
    Waardeer de stappen die hij zet, ook als jij iets anders wil.
  • Toon interesse Je kind wil meer vrijheid. Hij wil dat je hem hoort. Toon interesse in zijn hobby, betrek hem bij nieuwe afspraken, vraag zijn mening.
  • Stem jullie verwachtingen op elkaar af Ligt de lat te hoog voor je kind? Ook al bedoel jij het goed, voor je kind kan de druk te groot zijn. Praat met elkaar over jullie verwachtingen.
  • Toets af Je kind kan je goede bedoelingen vervelend vinden. Controleer of je alles goed begrijpt, bijvoorbeeld
    • “Klopt het dat…?”
    • “Begrijp ik het goed dat…?” “Zie ik het juist als…?” 
  • Sta open voor andere ideeën Maak duidelijk dat ook zijn mening telt. Wil je over iets praten en zegt je kind ‘neen’? Respecteer dit dan.

Niet

  • Vul niets in in zijn plaats Iets invullen in zijn plaats vindt hij vervelend. Zo kan hij zijn mening, gedachten en gevoelens niet tonen.  
    • Beter: zeg wat je denkt en vraag of het klopt. Bijvoorbeeld: “Ben je verdrietig of boos omdat…?”
  • Oordeel of verwijt niet Een verwijt wekt vaak een ander verwijt op. De emotiethermometer gaat daardoor snel naar oranje en rood Vermijd uitspraken zoals
    • “Wat jij doet is niet normaal.”
    • “Je doet kinderachtig.”
    • “Je zal zo nooit iets bereiken.”
    • Beter: Zeg wat je merkt en wat je daarbij voelt. 
  • Zeg niet " ik weet wat goed is voor je" Je probeert je kind te sturen, omdat jij weet wat goed is voor hem. Maar hij wil net meer zelfstandigheid en vertrouwen.  
    • Beter:
      • Beschrijf de situatie.
      • Denk na: wat doet het met hem? Welke behoefte vult het in? 
      •   Laat hem nadenken hoe hij hier best mee omgaat. 
  • Overdrijf of veralgemeen niet Zeg geen dingen zoals:
      • “Je bent altijd te laat.”
      • “Jij helpt mij nooit.”
      • “Jij denkt alleen aan jezelf.”
      • “Altijd als ik iets vraag ben je boos.”
      Je kind krijgt het gevoel dat hij nooit iets goed doet. Hij vindt dat niet eerlijk en wil het bewijzen. De kans op ruzie is groot.
Sluiten